De Grotten van Henisdael / Hinnisdael

Aangezien er zowel de naam grotten van Henisdael als Hinnisdael wordt gebruikt vernoem ik de beide namen.
Henisdael zou verwijzen naar een plaats (Henis is ook een deelgemeente van Tongeren) terwijl Hinnisdael verwijst naar een familienaam. In de tekst gebruik ik de naam Henisdael...

Wanneer we de rijksweg N69, Tongeren - Oreye verlaten en naar het dorp Heers - Vechmaal toerijden kunnen we aan onze rechterkant reeds vanop enige afstand een bosje ontwaren. Een bosje als zovele, ware het niet dat er zich onder de heuvels een landschap verbergt dat qua schoonheid niet moet onderdoen voor de bovengrond.
Een hoefijzervormige vallei vormt het decor waarin zich zeven ingangen tot het ondergrondse bevinden.
Naar de adelijke familie die er vroeger een kasteel bewoonde, noemt men deze onderaardse ontginningen de "Henisdaelgroeven".

Deze grotten dateren van de 13de à 14de eeuw en zijn gemaakt voor de bouw van huizen, boerderijen, kerken, enz...
Daar men de grotten ook kuilen noemt, is het duidelijk dat de silex aanvankelijk aan de grond gewonnen werd. Pas later is men begonnen met horizontale uitbatingen via gangen.
Deze mergelgroeven zijn de enige van de Scheldebekken, daar de andere tot het Maasbekken dienen gerekend te worden.

Gelieve er rekening mee te houden dat het betreden van deze grotten zonder de nodige ervaring of zonder gids levensgevaarlijk kan zijn!!! Deze grotten liggen op privé domein.

Beschrijving van de gangenstelsels:
Er zijn vijf aparte gangenstelsels, die elk hun eigen karakter hebben. Door het Koninklijke Belgische Instituut voor Natuurwetenschappen werden deze genummerd van I tot VII. We houden deze nummering aan, maar vermelden telkens de volksnaam, voor zover deze gekend is. In de volgende opsomming zullen we van ieder stelsel een beschrijving trachten te geven.

Henisdael I en II (Champignonkuil):
Deze groeve die oorspronkelijk een geheel vormde is door instortingen in tweeën verdeeld.
Het stelsel I betreden we nu via een uitgang daar de ingang meer in het zuiden ligt maar nu ingestort is, en geen doorgang meer geeft. Afgaande op enkele inscripties kunnen we stellen dat de huidige ingang dateert uit het begin van de 18de eeuw. Henisdael I is voor het grootste gedeelte begaanbaar. Alle gangen zijn ontgonnen voor bouwstenen en zijn dus uitgezaagd. In latere tijden (19de eeuw) zijn bepaalde gedeelten uitgediept voor losse mergel, voor het verbeteren van landbouwgronden. Door deze werkwijze ontsonden enorm hoge gangen.

In dit stelsel vinden we ook een groot aantal opschriften van bezoekers, meestal uit de 19de en 20ste eeuw, waarvan er enkele echte voorbeelden zijn van "schoonschrift". Naarmate we in de tijd terug gaan worden de inscripties schaarser, toch zijn er nog enkele uit 1549 en 1592. Enkele opschriften herinneren ons aan, soms banale, gebeurtenissen, maar geven toch een mooi beeld van het dagelijkse leven, enkele honderden jaren geleden.
Het stelsel II is enkel nog toegankelijk via een aardpijp.Dit is een instorting die zich bovengronds manifesteert als een kuil en ondergronds als een puinkegel.
Daar er voor de groeven geen reguliere toegang bestaat, zijn de wanden hier bespaard gebleven van hedendaagse-nietszeggende opschriften. De uitwerking van de gangen is zeer onregelmatig en de vele instortingen maken het stelsel onoverzichtelijk.
Door inspoelende modder zijn sommige gangen slechts nog al kruipend te bereiken.
Ook in dit gedeelte van de champignonkuil heeft men kampernoelies gekweekt. Door de geringe betreding ligt hier op sommige plaatsen nog een dikke laag mest.
Het oudste opschrift in dit gedeelte dateert van 1601.
 
Henisdael III (Walenkuil):
Helemaal in het zuidelijk deel van de vallei ligt er een groeve die slechts bij weinigen gekend is. Van de ingang is er door aardstortingen niets meer terug te vinden en het stelsel is enkel nog bereikbaar via een kruipgat.
Praktisch de gehele groeve is ontgonnen voor losse kalk. Door de boogvormige gangen, die een respectabele hoogte hebben (tot meer dan 6 meter) en het ontbreken van opschriften, ademt dit stelsel een eigen sfeer uit.
Er zijn enkele gangen die naar de richting van Henisdael II gaan maar die nu geblokeerd zijn door aardstortingen.
De zeldzame inscripties dateren allemaal uit de 19de en 20ste eeuw. Een met de carbuurlamp geschreven opschrift toont aan dat hier vroeger ook aan champignonsteelt gedaan werd.
Henisdael IV en V (Hussenkuil):
Deze stelsels zijn juist tegenover de ingang van Henisdael I gelegen. Henisdael V is volledig ontgonnen voor bouwstenen en de gangen hebben hier praktisch allemaal een respectabele hoogte.
De voeten van de pilaren zijn sterk uitgevreten, dit kan wijzen op roofbouw, maar erosie is ook niet uitgesloten. De meeste inscripties dateren uit de 19 en 20 eeuw, vermoedelijk is deze groeve ook niet veel ouder.
Slechts het ingangsgedeelte en de achtergelegen gangen, die wat hoger liggen, zijn begaanbaar, het grootste deel van de groeve staat onder water.
Rechts van Henisdael V ligt een apart stelseltje Henisdael IV, dat vroeger waarschijnlijk in verbinding heeft gestaan met Henisdael V. Het is opmerkenlijk dat de gangen hier uitgehakt zijn voor losse mergel.

Henisdael VI:
Dit stelsel ligt links van Henisdael V. De ingangs en het centrale deel bestaan uit uitgehakte gangen, links en rechts hiervan zijn de gangen uitgezaagd. Vermoedelijk heeft dit stelsel vroeger in verbinding gestaan met de hussenkuil, maar had een eigen ingang die indrukwekkend moet geweest zijn. Deze is praktisch helemaal dichtgeschoven met erboven liggende leem.
Henisdael VII (Waterkuil):
Dit stelsel ligt helemaal afgezonderd van de andere groeven. De ingangen waren tot november 1990 praktisch helemaal dichtgestort maar werden terug in hun oude glorie hersteld. Buiten enkele zaagsporen aan het ingangsgedeelte, is de ganse groeve uitgewerkt voor losse mergel.
Alle gangen staan onder water, achterin de groeve is dit tot meer dan 2 meter diep!
Twee gangen lopen een stukje onder de holle weg door, wat een verklaring kan zijn voor de bewering van sommige landbouwers dat de weg op deze plaats "hol" klinkt.
Het leven in de onderaardse gangen:
Onderaardse mergelgroeven herbergen een zeer rijke fauna, waarvan vleermuizen waarschijnlijk de best gekende vertegenwoordigers zij. Maar daarbuiten vinden we in deze donkere, vochtige omgeving vele andere dieren die hier ofwel permanent verblijven, ofwel hier in bepaalde jaargetijden of tijdstippen van hun ontwikkeling een onderkomen vinden.
Men vind men hier onderandere vleermuizen, voor deze dieren is het ook zeer belangrijk dat ze in deze grotten kunnen leven, deze zijn een van de tien belangrijkste overwinterings plaatsen.
De vleermuizen die in deze groeven verblijven zijn: de watervleermuis, de westerlijke baardvleermuis, de oosterlijke baardvleermuis, de franjesstaart, de meervleermuis, de ingekorven vleermuis, de gewone grootoor en de langoorvleermuis.
Buiten de vleermuizen zijn er weinig andere zoogdieren. Wel zijn er eikelmuizen en de steenmartel. Rond enkele groeveingangen houdt zich regelmatig de vos op en brengt er ook zijn jongen groot.
Vogels vinden we uiteraard alleen in het ingangsgebied. Een regelmatige broedvogel is het winterkoninkje dat zijn nestje in een spleet aan de ingang van de groeve maakt. Andere vogels die we daar kunnen aantreffen zijn uilen en de torenvalk.
In de modder van de stelsels die onder water staan, overwinteren regelmatig kikkers.
Vele insekten en andere ongewervelden gebruiken de groeve als overwinteringsplaats. Zoals de kleine vos en het roesje, twee vlindersoorten zijn er en talrijke miljoenpoten, pissepedden en naakslakken. Daarbuiten zijn er ook nog insekten die specifiek zijn voor groeven en grotten. Zoals de loopkever, de grottenspin en de larven van de mug.
Instortingen:
Wegens de druk van de bovenliggende leemlagen hebben er in het verleden reeds tientallen malen grondverzakkingen plaatsgehad, meestal wel zonder erge gevolgen, waarvan niemand aandacht schonk. Nochtans hebben de bewoners van Vechmaal, wanneer een instorting plaatsgreep, soms dagen en weken in panische angst geleefd, uit vreest voor nieuwe instortingen. De laatste jaren hebben zich geen instortingen meer voorgedaan in de grotten.
De instortingen rond Heers zijn het gevolg van de onderaardse gangen van het middeleeuwse kasteel van Heers (zie foto).